Ontmoeting met Bert van Erk, muzikant in hart en nieren
‘Muziek is waar ik voor uit bed kom’, zo omschrijft bandleider Bert zijn werk, of beter gezegd zijn leven. Sinds z’n twaalfde speelt hij gitaar; rond z’n twintigste kwam de basgitaar erbij en na zijn afstuderen aan het conservatorium in Amsterdam ‘herontdekte ik mezelf als bassist; lekker in de laagte.’ Daarnaast is hij, in zijn eigen woorden, ‘hobby-drummer’.
Een steady beat
Deze instrumenten hebben als gemene deler dat ze een ‘steady beat’ vormen voor alle bandleden: op de achtergrond en tegelijkertijd oh zo onmisbaar. Zo ook voor de Xtra Time Impro Band van muziekhuis 050, waarvan ik bij de generale repetitie voor hun optreden tijdens de Open Dag van 7 juni ben.
‘In de actie telt alles wat je doet!’
Enige spanning is natuurlijk inherent aan zo’n generale. En als er dan af en toe iets niet helemaal perfect gaat, dan wil je wel graag even overleggen met de mede-cursist naast je. Maar omdat álles belangrijk is, én zichtbaar voor het publiek, mag je er ‘dus niet doorheen praten, niet discussiëren, en ook niet raar kijken.’ (sic) Een bandlid dat even in de war raakt, zegt tegen Bert: ‘Dit was onverwachts!’ Zijn reactie: ‘Mooi, dat houden we erin!’
‘Eenvoud is essentieel’
Eenvoudige stukken hoeven absoluut niet saai te zijn, benadrukt Bert. Hij heeft in de loop der jaren een groot repertoire opgebouwd van nummers die genoeg ‘bite’ hebben, zonder dat de deelnemers hoeven te verdrinken in, zoals bijvoorbeeld in ‘The Girl from Ipanema’, vijf toonladders in één nummer. De ‘ambachtelijke moeilijkheidsgraad’ moet laag blijven! Dit noemt hij ‘de muzikale intelligentie om de tering naar de nering te kunnen zetten.’ Plezier in het samen muziek maken is immers belangrijker dan de genialiteit ervan. Sterker nog, denkt schrijver dezes, de schoonheid te vinden in de eenvoud is minstens even knap!
Wat is een goede bandleider?
Bert noemt de twee belangrijkste aspecten van goed leiderschap: je moet kwaliteit leveren en je moet heel duidelijk zijn; bij amateurs wellicht nog meer dan bij professionele musici. Door zijn jarenlange ervaring heeft hij steeds beter geleerd om in te spelen op de niveauverschillen in een groep. Daarnaast roemt hij zijn opvoeding, die ‘gezegend is geweest met mijn jaren op de Nederlandse Hervormde School’. Want: ‘Elke dag een psalm of een gezang: dát is pas Opvoeding!’
Improvisatie gaat van de band uit
In klassieke muziek wordt er meer ‘top-down’ gewerkt. De dirigent en de orkestleden willen het stuk zo perfect mogelijk spelen. Bij improvisatie speelt de inbreng van de bandleden een grotere rol. ‘Ik zorg voor een goed repertoire’, zegt Bert, ‘en verder ga ik alleen uit van wat de groep kan en wil.’ Hij staat, ook letterlijk, niet vóór, maar áchter de groep. Hij dirigeert niet, hij speelt zelf mee. En hij maakt het niet te moeilijk: de vorm van het te spelen nummer moet op één A-viertje passen.
Waar het uiteindelijk om gaat
‘Leren gaat eeuwenlang door, van mens tot mens.’ En: ‘Elk mens heeft in het leven meerdere goede docenten nodig; wat zij doen is essentieel: een leerling, een ander mens, helpen open te gaan.’ Wanneer Bert dat zegt, zie ik voor mijn geestesoog een paar van mijn heel, heel goede docenten voorbijkomen; in stilte bedank ik hen.
Tekst: Magda Bootsma
Foto: Bert van Erk
De contrabas kan de laagste noten produceren van de vioolachtige snaarinstrumenten. Je kan strijken met een strijkstok of plukken met je vingers. Google en Wikipedia laten van alles er over zien. Een nieuwe kopen kan vanaf ongeveer E.1000- maar een beetje goede bas kost E.2000-. Om te beginnen kun je een bas huren (bij atelier Sven Otte voor E.75- per kwartaal.)
Een paar van mijn grote bas-helden in de jazz-geschiedenis : Jimmy Blanton, Oscar Pettiford, Charles Mingus.