Ontmoeting met Lucia García Alberola en bandleden van het Jeugdorkest
‘De muziek moet dansen’
Dat is een mooie uitspraak van Lucia García Alberola, een sinds zes jaar in Nederland wonende bevlogen musicus en docent. Op een vroege woensdagavond ben ik te gast bij het door haar geleide Jeugdorkest, waarin meiden en jongens spelen in de leeftijd van 14 tot 18 jaar. De leeftijdsgroep ‘jeugd’ begint voor het Muziekhuis bij 12, maar in dit orkest is de jongste leerling 14.
Lucia: ‘Ik was zo trots in Praag!’
De groep, bestaande uit ongeveer veertien leerlingen, is net terug van een geweldige muziekreis naar Praag. Een leerlinge vertelt enthousiast dat ze ‘elkaar daar beter hebben leren kennen’, en met een mooi gevoel voor humor voegt ze daaraan toe: ‘zowel de leuke als de minder leuke kanten!’ Een andere leerling zegt dat ze zich ‘eerst nog niet zo zeker’ voelde, maar dat dat nu ná Praag beter gaat. Een derde vult aan ‘ook meer band met jou (Lucia) te hebben gekregen.’
Muzikale genen
De meeste orkestleden hebben naast het spelen in het Jeugdorkest ook privé-muziekles. Sommigen zaten als kleuter al in een ‘mini-orkestje met kleine kindjes’ (sic). Ze hebben hun liefde voor muziek vaak van hun ouders geërfd; een meisje vertelt dat haar vader piano speelt en haar moeder cello en een andere leerling zegt: ‘m’n vader zingt in een popkoor en speelt een beetje piano en m’n zusje speelt viool.’ Ze zijn al langere tijd bezig met muziek: ‘ik speel al zeven jaar hobo en in dit orkest zit ik sinds drie jaar’; ‘sinds m’n tiende heb ik al vioolles en ik speel nu drie jaar hier’; ‘ik ben nu 16 en speel al een jaar of acht in dit of een vergelijkbaar orkest.’ En deze leerling heeft misschien het record: ‘ik zit sinds m’n zesde of zevende al op vioolles.’ Op die leeftijd speel je op een kleiner exemplaar dat een ¾ viool genoemd wordt.
‘Iedereen heeft plezier en dat is mooi!’
Zowel Lucia als de leerlingen doen voorstellen over het klassieke repertoire. Lucia benadrukt dat de stukken uiteraard mooi, maar niet te moeilijk moeten zijn. Het is belangrijk dat iedereen mee kan komen, want het belangrijkste doel is en blijft: samen plezier hebben! Ze reageert elke keer dat een bepaald stukje goed loopt met een complimentje en is heel alert op de balans tussen wat makkelijker en wat moeilijker oefenmateriaal. Dat ze daar goed in slaagt, blijkt wel uit de reacties van de groep als ze de titel noemt van een favoriet stuk dat ze nu gaan oefenen; de groep begint spontaan te juichen.
Verschillende karakters, verschil in leeftijd, verschil in niveau
Het lijkt me een pittige klus voor Lucia, die zelf op haar zevende begon met de contrabas. Op mijn vraag hierover zegt ze met een vrolijk gezicht: ‘Dat is de kunst van het docent-zijn!’
Waarvan akte!
Tekst: Magda Bootsma